Wat is AD(H)D?

De afkorting AD(H)D staat voor attention deficit hyperactivity disorder, ofwel aandachtstekort- en hyperactiviteitstoornis. De 'H' staat tussen haakjes, omdat er ook een vorm zonder hyperactiviteit voorkomt. Deze vorm zonder hyperactiviteit wordt ADD genoemd, de afkorting staat voor attention deficit disorder. Mensen met ADD vertonen dezelfde verschijnselen als mensen met ADHD, behalve dus de hyperactiviteit. Met aandachtstekort wordt niet bedoeld dat iemand tijdens zijn jeugd aandacht tekort is gekomen. Het gaat erom dat iemand weinig aandacht kan geven aan datgene waarmee hij bezig is. De hyperactiviteit slaat vooral op druk bewegen of druk praten. Concentratieproblemen en druk gedrag zijn slechts een paar verschijnselen van AD(H)D. Ook impulsiviteit (eerst doen, dan denken), uitstelgedrag en chaotisch gedrag in uiteenlopende situaties maken deel uit van AD(H)D.

Wat zijn de symptomen?

De term AD(H)D beschrijft datgene wat je aan iemand met AD(H)D ziet of merkt:

Aandachtstekort:

  • heeft last van concentratieproblemen;
  • heeft moeite met luisteren;
  • slaagt er vaak niet in taken goed uit te voeren;
  • heeft weinig aandacht voor details;
  • maakt relatief veel onnodige fouten;
  • is snel afgeleid door in- en uitwendige prikkels;
  • heeft moeite met organiseren;
  • vertoont uitstelgedrag;
  • raakt dingen snel kwijt;
  • heeft last van vergeetachtigheid.


Hyperactiviteit:

  • beweegt vaak onrustig;
  • kan slecht stil zitten;
  • voelt zich vaak rusteloos;
  • kan zich slecht ontspannen;
  • is altijd bezig;
  • praat aan een stuk door ( is moeilijk te onderbreken).


Impulsiviteit:

  • praat voor zijn beurt;
  • praat vaak ergens doorheen;
  • kan niet op zijn beurt wachten;
  • verstoort andermans bezigheden.

Uit hersenonderzoek en erfelijkheidsonderzoek blijkt dat AD(H)D vooral wordt veroorzaakt door een aangeboren en erfelijke afwijking in de bouw of functie van de hersenen. Door deze afwijking functioneert vooral de frontaalkwab niet optimaal. Iemand met AD(H)D reageert dus op alle prikkels, omdat volgens de minder krachtig werkende frontaalkwab alle informatie even belangrijk is.

Hoe ziet behandeling er uit?

Nadat de diagnose AD(H)D is gesteld, kan worden gestart met de behandeling. Deze richt zich niet op genezing, maar wel op het verminderen van de hinderlijke symptomen en het leren omgaan met mogelijkheden.

De behandeling kan bestaan uit:

  • het geven van voorlichting;
  • medicatie;
  • systeemtherapie;
  • coaching;
  • groepsbehandeling voor cliënt of partner/ouder(s);
  • sociale vaardigheidstraining;
  • psychotherapie ( individueel, met partner of in een groep).

De eigenschappen van AD(H)D leren kennen en ermee leren omgaan kan door middel van psycho-educatie.

Bij coaching wordt op een bepaalde manier gekeken naar de stoornis en hoe daarmee om te gaan. Er wordt uitgegaan van de mogelijkheden van de cliënt. De cliënt leren wat de mogelijkheden zijn waarmee hij of zij kan functioneren op een manier die bij hem of haar past.

Psychotherapie helpt mensen met AHDH aan een beter zelfbeeld en acceptatie van zichzelf, ondanks hun stoornis. Ook als er sprake is van psychische klachten kan gesprekstherapie een aangewezen middel zijn.

Er bestaat geen medicatie die ADHD kan genezen. Wel worden medicijnen toegepast om de symptomen van ADHD te verminderen. Er zijn verschillende soorten medicijnen beschikbaar voor de behandeling van ADHD. Alle ADHD-middelen zijn psychofarmaca. Deze beïnvloeden de werking van neurotransmitters, met name van dopamine en noradrenaline. Wanneer psychosociale interventies onvoldoende werkzaam zijn bij de behandeling van 'bijkomende' problemen in het kader van pervasieve ontwikkelingsstoornis kan behandeling met psychofarmaca overwogen worden. Belangrijk is dat het voor de directe omgeving (familie, vrienden) dat zij leren wat pervasieve ontwikkelingsstoornis is.

De behandeling zal per patiënt verschillen en is afhankelijk van de ernst van de klachten. Voor het maximale succes moeten ouder(s), partner, andere familieleden en leerkrachten/schoolleiding actief bij het behandelplan betrokken worden. Want specifieke, individuele problematiek zoals AD(H)D krijgt hun werkelijke betekenis pas in de relaties die de patiënt onderhoudt. Voor de ene patiënt heeft de diagnose ADHD andere consequenties dan voor de andere patiënt. Sommige relaties zijn bijvoorbeeld meer bestand tegen stress dan andere, of in het ene gezin zit meer structuur waardoor de consequenties van een diagnose als ADHD anders zijn. Dit alles betekent dat de hulpverlening niet alleen aandacht moet hebben voor individuele diagnoses, maar ook specifiek voor de omgeving die daarmee in aanraking komt. De omgeving heeft dus invloed op individuele problematiek. Om die reden moeten beide aspecten steeds in onderling verband bekeken worden.

Het doel van de behandeling is dat iemand met AD(H)D zich met zijn of haar sterke en minder sterke kanten beter kan handhaven en een prettiger manier van leven vindt.

Tips voor de omgeving

  • Neem ook tijd en ruimte voor jezelf, bijvoorbeeld door er met iemand anders over te praten
  • Verzamel informatie over ontwikkelingsstoornissen
  • Stel geen eisen aan de ander die niet haalbaar zijn, oftewel: wees realistisch
  • Maak goede en duidelijke afspraken en help structuur aan te brengen

Bron vermelding: uit Therapieland.nl