- ‘Wij hadden tenminste nog respect voor onze ouders!’
- ‘Mijn kind trekt zich niets meer aan van wat we zeggen.’
- ‘Vroeger had een leraar nog gezag!’
Er is veel veranderd in de relaties tussen kinderen en opvoeders. Vroeger hadden ouders en leerkrachten macht en gezag over kinderen en jongeren en werden ze daarin door de hele maatschappij gesteund. Nu is de relatie veel gelijkwaardiger. Er is meer zeggenschap voor kinderen en jongeren, en meer warmte en nabijheid in de relatie met de opvoeders.
Maar dat geeft ook meer onzekerheid aan beide kanten, vooral als de kinderen pubers worden. De grenzen zijn voor pubers onduidelijker geworden dan vroeger, en voor ouders ook. Daarmee kan er ook meer mis gaan, als de puber experimenteert met die grenzen en bijvoorbeeld spijbelt, blowt, zich niet meer aan vaste tijden houdt, zich meer aan de eigen vrienden gelegen laat liggen dan aan de ouders of docenten, etc.
Als de opvoeders zien dat het mis dreigt te gaan met de ontwikkeling van de jongere, proberen ze vaak de greep op de jongere terug te krijgen door steeds meer controle, vermaningen en straf. De puber verzet zich of lapt het aan zijn of haar laars. Dat leidt tot steeds verder oplopende conflicten. Of de opvoeders geven het op om grenzen te stellen en laten de puber zijn gang gaan. Of de opvoeders wisselen tussen deze twee reacties. De relatie tussen opvoeder en jongere wordt vijandig, of lijkt helemaal niet meer te bestaan. Wat er nodig is, is een nieuwe, effectievere vorm van gezag, die bij deze tijd past.
Hier kunt u verder lezen over ons behandelaanbod voor dit soort situaties



